De norm voor werkplekverlichting volgens NEN-EN 12464-1:2011


Werkplekverlichting – Deel 1: Werkplekken binnen. Het is een toegepaste norm met 25 bladzijden bijlages waar voor elk type taak de vereiste verlichtingssterkte, lichtspreiding, reflectiegraad en kleurweergave-index vermeld worden.

Taakgebied : het oppervlak waar de oogtaak wordt verricht. Naast de verlichtingseisen voor taakgebieden en directe omgeving worden er ook minimumeisen gesteld aan het verlichtingsniveau in de rest van de ruimte. Dit gebied noemen we achtergrondgebied.


Het is belangrijk om de gehele ruimte, waarin mensen zich bevinden, goed te verlichten. Doel is een goede visuele communicatie tussen mensen mogelijk te maken
Voor de visuele beleving en het comfort is het van belang dat de omgeving, de kleuren van voorwerpen en de huid van mensen op een natuurlijke manier worden weergegeven.

Voor de kleurweergave- index  (RA) stelt de norm voor vrijwel alle taakruimten een minimumeis:
Gemiddelde werkruimtes > 80 Ra
Werkruimtes met hogere oogtaak eisen > 90 Ra.


Daglicht

Het gebruik van daglichtlampen wordt in de norm aangemoedigd maar niet voorgeschreven. Het gebruik van daglichtlampen geeft voordelen voor mensen die binnen werken.  De norm NEN-EN 12464-1 bevat geen eisen voor de lichtkleur.

Voorbeelden met minimale lux waarden.

Kantoor:
Schrijven, typen, dataverwerking - 500 lux
CAD tekenen - 500 lux
Receptie - 300 lux



Assemblage:
Ruw - 200 lux
Matig - 300 lux
Fijn - 500 lux
Precisie - 750 lux



Onderwijs:
Klaslokaal - 500 lux
Auditorium - 500 lux
Sporthal - 300 lux
Keuken - 500 lux
Trappen - 150 lux
Bibliotheek leesgedeelte  - 500 lux
Kunstgerichte opleidingen - 750 lux
Technische opleidingen - 750 lux



Gezondheidszorg:
Onderzoeks/ behandelruimte - 1000 lux
Operatiekamer - 1000 lux
Tandheelkundige operatie ruimte - 5000 lux
Autopsie tafels-mortuarium - 5000 lux
Dermatalogie/ dialyses - 500 lux
Therapie/ massage/endoscopie - 300 lux
Wachtzone - 200 lux



Horeca:
Self service restaurant - 200 lux
Buffet - 300 lux
Conferentie zalen - 500 lux
Keukens - 500 lux



Beurzen/Hallen:
Theaters, bioscopen concert zalen - 300 lux
Kleedkamers, oefenkamers - 300 lux
Verkoop beurzen - 300 lux

 

Industrie:
Productie keramiek, glas, ect - 500 lux
Handwerk keramiek, glas ect - 1000 lux
Optische glas werkzaamheden - 1000 lux
   
Voedsel verwerkende industrie - 500 lux
Textiel verwerkende industrie - 1000 lux
Auto industrie- spuiterijen/garages - 1000 lux
Houtverwerkings industrie (selectie en bewerking) - 750 lux
   
Alle soorten kwaliteits controles - 1000-1500 lux
Kleurbepalen, kleurinspectie   - 1000 lux



Vliegvelden:
Verkeerstoren - 500 lux
Hangars - 500 lux
Douane - 500 lux

 

Zelfstandige beroepen:
Horlogemaker - 1500 lux
Kleermaker - 1000 lux
Edelsmid - 1000 lux
Leerbewerker - 500 lux
Schoenmaker - 500 lux
Kapper - 500 lux
Boekbinder - 500 lux

 

Onderhoud
Voor elke verlichtingsinstallatie moet een onderhoudsschema opgesteld worden met vervangingsintervallen van de lichtbronnen en de reinigingstermijnen van armaturen en de ruimte. De opgegeven minimale verlichtingssterktes gaan uit van een goed onderhoud en dienen in alle omstandigheden gehaald te worden. De grote fabrikanten hebben de onderhoudsfactor voor verschillende types lampen, armaturen, omgeving, vervang- en onderhoudsschema’s laten berekenen. Met een onderhoudsfactor van 0.85 zal de verlichting in een kantoor 588 Lux moeten opleveren om steeds aan de minimale waarde van 500 te voldoen.

Cilindrische verlichting en modelling
Om de visuele communicatie en herkenning van objecten/gezichten te verzekeren, werd het begrip “cilindrische verlichting” in de norm opgenomen. Dit is de verlichtingssterkte vanuit de vier richtingen (360° rondom) op zithoogte (1m20) of stahoogte (1m60). De minimale waarde is 50 Lux met een uniformiteit van meer dan 0,1. In een kantoor waar een goede visuele communicatie belangrijk is, is minimaal 200 Lux vereist.
Modelling drukt de verhouding uit tussen deze cilindrisch en de rechtstreekse verlichting. De ratio bevindt zich best tussen 0.3 en 0.6.

Gelijkmatige lichtverdeling (U)
Het licht dient gelijkmatig verdeeld te zijn. Dit wordt uitgedrukt door de uniformiteit of de verhouding tussen de laagste en gemiddelde verlichtingssterkte binnen een zone. Afhankelijk van de visuele taak is deze uniformiteit minimaal tussen 0,4 en 0,7 in het taakgebied.
Voor de directe omgeving geldt een waarde van minimaal 0,4 om de gelijkmatigheid te verzekeren en voor de achtergrond minimaal 0,1. Dat betekent dat in de ruime omgeving de verhouding tussen de verlichtingssterkte in het taakgebied en de laagste waarde in de ruime omgeving niet hoger mag zijn dan 10:1.
Een andere factor die het licht helpt te verdeling, is een minimale reflectiewaarde van de grote oppervlakken in de ruimtes zoals het plafond, muren, vloer en objecten (meubels).

Oppervlak Reflectiewaarde
Plafond 0.7 – 0.9
Muur 0.7 – 0.9
Vloer 0.2 – 0.4
Grote objecten 0.2 – 0.7

 

Om licht te kunnen weerkaatsen in de ruimte, moet er eerst licht vallen op deze oppervlakken. Hiervoor zijn ook minimale verlichtingssterktes opgenomen voor de muren (50 Lux) en het plafond (30 Lux). Voor gesloten ruimtes zoals kantoor, onderwijs en gezondheidszorg, gangen,… liggen de minima nog iets hoger (respectievelijk 75 en 50 Lux voor muren en plafond).

Verblinding
Verblinding treedt op wanneer een bepaald gebied een grotere helderheid heeft dan de rest in het gezichtsveld. Dit kan rechtstreeks of onrechtstreeks door reflectie zijn.
De verblindingsgraad, UGR of Unified Glare Rating, krijgt een belangrijke plaats in de norm. Dit is een maat voor verblinding door de armaturen en wordt voor elk type taak omschreven. De schaalverdeling loopt van 10 tot 28, hoe lager de waarde hoe minder de verblinding.
Daglicht van buiten of niet-afgeschermde lichtbronnen in de kijkrichting kunnen ook rechtstreekse verblinding geven. Helderheidswering kan het daglicht dimmen. Voor lampen wordt de minimum afschermhoek in onderstaande tabel uitgedrukt.

 Luminantie lamp kcd/m2/ Afschermhoek
 20 – 50  15°
 50 – 500  20°
 > 500  30°

 

Verblinding door reflectie kan voorkomen worden door:

* matte wandbekleding
* grote armaturen
* lichte plafonds en wanden
* juiste plaatsing armaturen met lage luminantie

Beeldschermwerkplekken
In de EN 12464-1 wordt ook de maximale helderheid of luminantie van armaturen bepaald in functie van de kwaliteit van het beeldscherm. Basis hiervoor is de ISO 9214-307. Bij blinkende schermen of afgeschermde beeldschermen in productie gelden andere waarden.